Binnenklimaat in zorginstellingen

Het binnenklimaat in zorginstellingen in de zomersituatie is bij herhaling onderwerp van discussie geweest. De discussie spitst zich toe op de relatie tussen de zomerse temperaturen en het welzijn van de bewoners. In de diverse publicaties over dit onderwerp heeft het Bouwcollege een aantal aanbevelingen gedaan die van toepassing zijn op zowel de bestaande zorginstellingen alswel op de instellingen waar op dit moment nieuwbouwplannen voor worden gemaakt. Op 15 juni 2007 is door het Bouwcollege het Cahier:'De hitte de baas' uitgegeven

Op 15 juni 2007 is door het Bouwcollege het Cahier:'De hitte de baas' uitgegeven. Uit  onderzoek (Monitoring Verpleging en Verzorging, 2005) is gebleken dat circa een kwart van de groepen in verpleeghuizen in Nederland beschikt over een vorm van topkoeling of airconditioning.  

Het verplicht realiseren van klimaatbeheersing (in de vorm van maximaal toelaatbare binnenlucht temperaturen in de zomer) is voor bepaalde doelgroepen in de care (zoals cliënten in verpleeghuizen) in 2007 als prestatie-eis voor nieuwbouw van AWBZ-instellingen opgenomen. Voor verpleeghuizen was al sinds 2001 de verplichting opgenomen om te voorzien in klimaatbeheersing bij de bouw van nieuwe voorzieningen.

Er zijn in grote lijnen twee manieren om het klimaat te beheersen tijdens zomerse perioden. Het gaat daarbij om het gebouw met haar bouwfysische eigenschappen en de manier waarop vanuit de organisatie wordt gereageerd op (extreme) zomerse perioden (heet weerprotocol). In de volgende opsommingen worden langs deze twee lijnen aanbevelingen gedaan:

Vanuit de bouwkundige invalshoek is het van belang dat:

  • de gevelopeningen en dan met namen op het zuiden gerichtre raampartijen, te beperken;
  • adequate zonwering toe te passen;
  • daar waar zonwerende beglazing wordt toegepast deze beglazing warmtereflecterend en niet warmteabsorberend is;
  • zorg te dragen voor voldoende mogelijkheden voor (dwars-)ventilatie;
  • gebouwen te voorzien van een goede dak- en gevelisolatie, waardoor de warmtedoorgifte wordt beperkt;
  • gebouwen en ruimten voldoende massa te geven, waardoor temperatuurschommelingen worden afgevlakt;
  • grote glasoverkapte ruimten zo mogelijk te vermijden. Indien toch tot de realisatie van deze ruimten wordt overgegaan is het hieraan toekennen van verblijfsfuncties te ontraden. Een optimale natuurlijke ventilatie van deze ruimte, met gebruikmaking van de schoorsteenwerking, wordt wenselijk geacht;
  • zo mogelijk zelf ventilerende daken toe te passen, zoals pannendaken.
  • Vanuit de installatietechnische invalshoek is van belang dat:

  • bij periode van grote hitte tijdens het heetst van de dag de mechanische toevoer van lucht uit te schakelen;
  • wordt voorkomen dat opgewarmde mechanische ventilatielucht wordt aangezogen. Dit kan bijvoorbeeld optreden indien de luchtaanzuiging plaatsvindt direct boven een plat dak;
  • gebruik te maken van nachtventilatie, zodat het gebouw met koele nachtlucht wordt afgekoeld (zoals vrije koeling);
  • dat een centrale bediening van de zonwering mogelijk is;
  • HF-verlichting en andere energiezuinige verlichting toe te passen, daar hiermee de interne warmtelast wordt gereduceerd;
  • (top) koeling toe te passen, in meer of mindere mate, een en ander afhankelijk van de bovengenoemde aspecten.
  • De tweede lijn draait om het treffen van maatregelen door de zorginstellingen (organisatorische maatregelen). Dergelijke zaken behoren in een heet-weer protocol te zijn opgenomen. In een heetweer-protocol zijn alle maatregelen te omschrijven die ongewenste opwarmen van het gebouw voorkomen en de gevolgen daarvan voor patiënten en personneel beperken. Als voorbeeld wordt genoemd:

  • het vroegtijdig weren van zoninstraling;
  • het op een juiste wijze omgaan met (natuurlijke) ventilatiemogelijkheden;
  • het gesloten houden van ramen en deuren indien er sprake is van mechanische koeling van de ventilatielucht;
  • warmteproducerende apparatuur uitschakelen;
  • temperatuur-registratie van kritische ruimten toepassen;
  • specifieke aansturingsprogramma's voor het mechanisch ventilatiesysteem gebruiken.
  • Ook bij het toepassen van topkoeling dient aan voorgaande punten aandacht te worden besteed. Voor meer informatie kan het rapport uit 1999 (Binnenklimaat in de verpleeghuizen in de zomersituatie, niet digitaal beschikbaar) of het signaleringsrapport uit 2002 (Thermische behaaglijkheid in verpleeghuizen) worden geraadpleegd. Op 15 juni 2007 is door het Bouwcollege het Cahier:'De hitte de baas' uitgegeven.  U kunt het cahier downloaden of bestellen via de website.

  • Document: cahier:'De hitte de baas'
  •  

     

    Thema's